vertwijfelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·twij·fe·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertwijfelen


vertwijfelde


vertwijfeld


zwak -d volledig

Werkwoord

vertwijfelen

  1. wanhopig makende twijfel hebben, wanhopen
    Hij vertwijfelde bij het zien vn al de schade die de tsunami had veroorzaakt.