twijfelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twij·fel·de

Werkwoord

vervoeging van
twijfelen

twijfelde

  1. enkelvoud verleden tijd van twijfelen
    • Ik twijfelde. 
    • Jij twijfelde. 
    • Hij, zij, het twijfelde.