twin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

enkelvoud meervoud
twin twins

Zelfstandig naamwoord

twin

  1. tweeling
Schrijfwijzen
stellend vergrotend overtreffend
twin

Bijvoeglijk naamwoord

twin

  1. deel uitmakend van een tweeling
    «He's my twin brother»
    Hij is mijn tweelingbroer.