tweede kerstdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·de kerst·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tweede kerstdag -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tweede kerstdag m

  1. (feest) (tijdrekening) 26 december, de dag na Kerstmis zelf, voor veel mensen in christelijke landen ook een vrije dag
Opmerkingen
  • De officiële schrijfwijze is volgens de opmerking bij spellingregel 16.L als afleiding van "Kerstmis" met kleine letters. Iemand die ook dit woord als naam van een feestdag beschouwt kan het met hoofdletters "Tweede Kerstdag" schrijven.[2]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen