afleiding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·lei·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afleiding afleidingen
verkleinwoord afleidinkje afleidinkjes

Zelfstandig naamwoord

afleiding v

  1. een gebeurtenis of activiteit die de gedachten op iets anders richt
    • Gezien de status-quo van de laatste dagen zouden de moffen hen, zelfs als ze hen zagen, laten kijken en terug laten gaan, meer dan wat afleiding was het niet. [2] 
  2. (taalkunde) een woord dat middels toevoeging van een voor-, in- of achtervoegsel gevormd wordt uit een ander
    • "Dertiger jaren" schreef ik, met "dertiger" als een bijvoeglijk naamwoord, een afleiding op "-er" van een telwoord, die vaak werd gezien als een voorbeeld van zo'n germanisme, ontleend aan het Duits "dreiziger" (een zelfstandig naamwoord als "tachtiger" zou wel correct Nederlands zijn). [3]
  3. (wiskunde) een serie logisch uit elkaar volgende uitdrukkingen die laten zien hoe een bepaalde formule volgt uit definities en axioma's
    • Als de afleiding correct is, is de afleiding een bewijs. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen