trompettist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trom·pet·tist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trompettist trompettisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

trompettist m

  1. (muziek), (beroep) musicus die een trompet bespeelt
    • Zonder ventielen te gebruiken blies de trompettist de schrille tonen van de 'last post'. 
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie