musicus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·si·cus
Woordherkomst en -opbouw
  • met het achtervoegsel -icus
enkelvoud meervoud
naamwoord musicus musici
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

musicus m

  1. (muziek), (beroep) iemand die muziek maakt en ten gehore brengt
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie