trompetter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trom·pet·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trompetter trompetters
verkleinwoord trompettertje trompettertjes

Zelfstandig naamwoord

trompetter m

  1. iemand die een trompet bespeelt
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
trompetteren

trompetter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trompetteren
    • Ik trompetter. 
  2. gebiedende wijs van trompetteren
    • Trompetter! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trompetteren
    • Trompetter je? 

Meer informatie

Gangbaarheid