admitir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
admitir
admitía
admitido
volledig

Werkwoord

admitir

Woordafbreking
  1. (~ en) toelaten in/bij/tot
  2. toegeven, toestaan, aanvaarden
  3. tolereren, dulden
    «no admite dilación»
    het duldt geen uitstel
Synoniemen