stuurboord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stuur·boord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stuurboord stuurboorden
verkleinwoord stuurboordje stuurboordjes

Zelfstandig naamwoord

stuurboord o

  1. (scheepvaart) de rechterzijde als men vanop een schip naar de boeg kijkt
    Aan stuurboord is een groen navigatielicht gemonteerd.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie