Naar inhoud springen

boeg

Uit WikiWoordenboek
  • boeg
  • In de betekenis van ‘voorste deel van schip’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1][2]
enkelvoud meervoud
naamwoord boeg boegen
verkleinwoord boegje boegjes

deboegm

  1. (scheepvaart) de voorkant van een schip
    • Als ik de haven van Philadelphia binnenrijd, torent de elegante boeg torenhoog boven de kade uit. Ik ben hier voor een bezoek aan de SS United States, een gigantisch stoomschip dat ooit het ultieme symbool was van reizen in grootse stijl. [3] 
  2. (zoötomie) een van de gewrichten in het schouderblad of opperarmbeen van een paard of rund; bij uitbreiding de borst als geheel
     Het paard kan in het vierkants- of rechthoeksmodel staan. Wanneer de denkbeeldige lijn van boeg tot zitbeenknobbel (dit is de lengte) (ongeveer) gelijk is aan de schofthoogte, spreekt men van een vierkantsmodel [...].[4]

[1]

  • Iets voor de boeg hebben
Iets nog moeten gaan doen, of nog moeten meemaken
 We hadden nog een lange dag voor de boeg.[5]
  • Het over een andere boeg gooien
Iets op een andere manier proberen te brengen of doen
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]
  1. "boeg" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. boeg op website: Etymologiebank.nl
  3. Pia de Jong NRC 24 mei 2016
  4. Bronlink geraadpleegd op 2026-14-06 Weblink bron “Anatomie Exterieur van het paard”, Paardenarts.nl
  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be