stukje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stuk·je

Zelfstandig naamwoord

stukje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord stuk
enkelvoud meervoud
naamwoord stukje stukjes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stukje o dim. tant.

  1. kort verhaal of opstel in krant of tijdschrift
    • Simn Carmiggelt beschouwde zichzelf als stukjesschrijver 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • stukje bij beetje
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.