homp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • homp
enkelvoud meervoud
naamwoord homp hompen
verkleinwoord hompje hompjes

Zelfstandig naamwoord

homp v/m

  1. een afgesneden of afgebroken brok voedsel
    Het middageten van de druivenplukker bestond uit een homp brood, een stuk schimmelkaas en een fles wijn.

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
78 % van de Vlamingen.