stimulans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sti·mu·lans
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stimulans 1. stimulansen
2. stimulantia
verkleinwoord 1. stimulansje 1. stimulansjes

Zelfstandig naamwoord

stimulans m

  1. krachtige aanzet
    • Zij had nét even die stimulans nodig om door te gaan. 
  2. (verouderd) opwekkend middel
    Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw is in deze betekenis alleen de meervoudsvorm nog gangbaar.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen