soeverein

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soe·ve·rein
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord soeverein soevereinen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

soeverein m

  1. (politiek) heerser met een aan geen hoger gezag ondergeschikte macht
  2. schuine kant
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen soeverein soevereiner soevereinst
verbogen soevereine soevereinere soevereinste

Bijvoeglijk naamwoord

soeverein

  1. van geen hoger gezag afhankelijk
Vertalingen
Gangbaarheid
96 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl (vorst)
  2. etymologiebank.nl (schuine kant)