soevereiniteit
Uiterlijk
- soe·ve·rei·ni·teit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | soevereiniteit | soevereiniteiten |
| verkleinwoord | - | - |
de soevereiniteit v
- (regering) opperste staatsgezag
- „Een staat heeft ten opzichte van zijn burgers de verantwoordelijkheid om te zorgen dat aan bepaalde essentiële goederen geen gebrek is – op het gebied van energie, defensie, geneesmiddelen, voedsel. Dat is de betekenis van soevereiniteit. [2]
- omstandigheid dat men niet van iets anders afhankelijk is
- De twee grootste gemeenten van Denemarken zijn hun samenwerking met Microsoft aan het uitfaseren vanwege het behoud van digitale soevereiniteit. [3]
- Het woord soevereiniteit staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "soevereiniteit" herkend door:
| 92 % | van de Nederlanders; |
| 92 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ www.nrc.nl (18 mrt 2024)
- ↑ www.parool.nl (24 jun 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be