smid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smid
enkelvoud meervoud
naamwoord smid smeden
verkleinwoord (smidje) (smidjes)

Zelfstandig naamwoord

smid m

  1. (beroep) iemand die gloeiend metaal bewerkt met een hamer op een aambeeld
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord smid smede

Zelfstandig naamwoord

smid

  1. (beroep) smid


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

smid m

  1. (beroep) smid
Hyperoniemen