smid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smid
enkelvoud meervoud
naamwoord smid smeden
verkleinwoord smidje smidjes

Zelfstandig naamwoord

smid m

  1. (beroep) iemand die gloeiend metaal bewerkt met een hamer op een aambeeld
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord smid smede

Zelfstandig naamwoord

smid

  1. (beroep) smid


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

smid m

  1. (beroep) smid
Hyperoniemen