slijm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slijm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slijm slijmen
verkleinwoord slijmpje slijmpjes

Zelfstandig naamwoord

slijm o of m

  1. een kleverige stof die door slijmvliezen uitgescheiden wordt
    Slijm is van groot belang bij het innemen van voedsel.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
slijmen

slijm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slijmen
    Ik slijm.
  2. gebiedende wijs van slijmen
    Slijm!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slijmen
    Slijm je?