slijmer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slij·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slijmer slijmers
verkleinwoord slijmertje slijmertjes

Zelfstandig naamwoord

slijmer m [1]

  1. iemand die probeert zijn zin te krijgen door iemand anders te vleien
    • Een slijmbal moet zorgen dat hij complimentjes geeft, waarin de gevleide zichzelf denkt te herkennen. Als de vleier overdrijft, steekt achterdocht de kop op. De gevleide gaat zich dan afvragen of de slijmer mogelijk verborgen bedoelingen heeft, zo stelde Marchand vast. Als blijkt dat iemand iedereen probeert te vleien, voelen de meeste mensen zich gekwetst en bedrogen en oordelen ze negatief. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen