slam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slam
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord slam slams
verkleinwoord slammetje slammetjes

Zelfstandig naamwoord

slam m

  1. slag
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
slammen

slam

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slammen
    • Ik slam. 
  2. gebiedende wijs van slammen
    • Slam! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slammen
    • Slam je? 

Meer informatie

Gangbaarheid


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

slam m

  1. (spreektaal) slam, poëzie met enig spektakel
    «Le slam a la cote, pour preuve: pas moins de 108 classes participantent au festival.»
    Slam is in de mode, dat blijkt wel: niet minder dan 108 klassen doen mee aan het festival. [1]

Verwijzingen