slagroom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
apfelstrudel of appelstrudel met slagroom

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slag·room
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vette, stijfgeklopte room’ voor het eerst aangetroffen in 1910 [1]
  • samenstelling van  slag  en  room  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord slagroom
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slagroom m

  1. (voeding) room met een vetgehalte van minstens 40%, die opgeklopt kan worden, onder andere gebruikt om taarten en gebak te decoreren
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord slagroom -

Zelfstandig naamwoord

  1. (voeding) slagroom