setpoint

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • set·point
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord setpoint setpoints
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

setpoint o

  1. (sport) beslissend punt van de set (wedstrijdronde)

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.