geschil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schil
enkelvoud meervoud
naamwoord geschil geschillen
verkleinwoord geschilletje geschilletjes

Zelfstandig naamwoord

geschil o

  1. geweldloos conflict, vaak politiek of diplomatiek met juridische aspecten.
    • Het geschil tussen België en Nederland inzake de IJzeren Rijn is vooralsnog niet beslecht. 
Afgeleide begrippen

geschillenraad, geschilpunt, grensgeschil

Verwante begrippen

conflict, controverse, meningsverschil, onenigheid, ruzie

Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie