schilling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

10 schilling biljet
Uitspraak
Woordafbreking
  • schil·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘munteenheid van Oostenrijk’ voor het eerst aangetroffen in 1930 [1]
  • afgeleid van schelling [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord schilling schillingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schilling v [3]

  1. (economie) (verouderd) Oostenrijkse munteenheid die onderverdeeld was in 100 groschen, 1 euro = 13,7603 schilling waard
Vertalingen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders
59 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen