ruwheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

schuurpapier kun je kopen in verschillende graden van ruwheid
Uitspraak
Woordafbreking
  • ruw·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van ruw met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord ruwheid ruwheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ruwheid v [1]

  1. het niet prettig in de omgang zijn van een persoon
    • Optie één is de Europese tot nu toe. Hij wordt gedoseerd ingevoerd binnen bestaande politieke verhoudingen en soepel aangepast aan de hoogte van de dreiging. Hij bestaat gedeeltelijk uit symboliek, uit veiligheidsgebaren die niet veel kosten en geruststellen. Dat lukt alleen wanneer het terrorisme en de dreiging ervan niet blijvend hoog zijn. Is dat wel het geval, dan wordt het op den duur zaak om naar een rijke sponsor te zoeken. Is die er niet, dan treden ruwe tijden aan. Want ruwheid is het kenmerk van de alternatieven. [2] 
  2. het niet glad zijn van een voorwerp
    • Ik vond de ruwheid van de handdoek wel prettig bij het afdrogen. 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Piet van Reenen 21 augustus 2016