rul
Uiterlijk
- rul
- zn: herkomst onzeker, mogelijk verwant aan rullen ww [1]
- bn: herkomst onzeker, mogelijk verwant aan rollen ww , in de betekenis van ‘korrelig’ aangetroffen vanaf 1714 [2] [3] [4]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rul | rullen |
| verkleinwoord | - | - |
het rul o
- afval van tabak
- (Belgisch-Nederlands) grof weefsel uit afval
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | rul | ruller | rulst |
| verbogen | rulle | rullere | rulste |
| partitief | ruls | rullers | - |
rul
- Het woord rul staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rul" herkend door:
| 89 % | van de Nederlanders; |
| 41 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ rul op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "rul" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 89 %
- Prevalentie Vlaanderen 41 %