ruwbouw
Uiterlijk
- ruw·bouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ruwbouw | - |
| verkleinwoord | - | - |
de ruwbouw m
- (bouwkunde) het opbouwen van een bouwwerk, voordat installaties en afwerking worden aangebracht
- (bouwkunde) bouwwerk waarvan de constructie staat, maar dat nog afgewerkt moet worden
- Het woord ruwbouw staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ruwbouw" herkend door:
| 75 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bouwkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 75 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %