roofvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roof·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord roofvis roofvissen
verkleinwoord roofvisje roofvisjes

Zelfstandig naamwoord

roofvis m

  1. (vissen) een vis die zijn prooi bejaagt en doodt
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie