remming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een remming

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rem·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord remming remmingen
verkleinwoord remminkje remminkjes

Zelfstandig naamwoord

remming v

  1. (waterstaat), (scheepvaart) een langgerekt raamwerk van houten palen dat, ter bescherming tegen aanvaringen van een brug, kade, sluis etc, in het water langs de oever is geplaatst. Wachtende schepen kunnen er tijdelijk aan vastmaken.
    • Achter de remming lag een werkschuit afgemeerd. 
  2. (medisch) geremdheid, belemmering
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be