neurotransmitter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neu·ro·trans·mit·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord neurotransmitter neurotransmitters
verkleinwoord neurotransmittertje neurotransmittertjes

Zelfstandig naamwoord

neurotransmitter m

  1. (biochemie) een chemische stof die fungeert als overbrenger van de zenuwprikkel
    • Er zijn meer dan honderd neurotransmitters bekend. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie