rekel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rekel rekels
verkleinwoord rekeltje rekeltjes

Zelfstandig naamwoord

rekel m

  1. (scheldwoord) deugniet
  2. mannetje van de hond, de vos, de wolf en de das
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl