vlegel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een dorsvlegel.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vle·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlegel vlegels
verkleinwoord vlegeltje vlegeltjes

Zelfstandig naamwoord

vlegel m

  1. dorswerktuig
  2. lompe vent
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  • M.J. Koenen - J. Endepols, Verklarend Handwoordenboek der Nederlandse Taal (tevens Vreemde-woordentolk), Groningen, Wolters-Noordhoff, zesentwintigste druk 1969.