reikte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reik·te

Werkwoord

vervoeging van
reiken

reikte

  1. enkelvoud verleden tijd van reiken
    • Ik reikte. 
    • Jij reikte. 
    • Hij, zij, het reikte.