reach

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to reach
he/she/it reaches
verleden tijd reached
voltooid
deelwoord
reached
onvoltooid
deelwoord
reaching
gebiedende wijs reach

Werkwoord

reach

  1. bereiken
    «The boat reached the shore.»
    De boot bereikte de oever.
  2. aankomen
    «Your letter never reached me. »
    De brief is nooit aangekomen.


enkelvoud meervoud
reach reaches

Zelfstandig naamwoord

reach

  1. bereik
    «a subject beyond my reach.»
    een onderwerp buiten mijn bereik.
  2. traject, afstand; deeltraject