regio

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gio
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gebied’ voor het eerst aangetroffen in 1933 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord regio regio's
regionen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

regio v/m

  1. een geografisch, taalkundig, cultureel, demografisch en/of institutioneel gebied met een bepaald karakter, al dan niet erkend door de officiële instanties
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

regio

  1. regio; een geografisch, taalkundig, cultureel, demografisch en/of institutioneel gebied met een bepaald karakter, al dan niet erkend door de officiële instanties


Sallands

Zelfstandig naamwoord

regio

  1. regio; een geografisch, taalkundig, cultureel, demografisch en/of institutioneel gebied met een bepaald karakter, al dan niet erkend door de officiële instanties


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gio
  enkelvoud meervoud
mannelijk regio regios
vrouwelijk regia regias

Bijvoeglijk naamwoord

regio

  1. koninklijk, vorstelijk, majestueus

Verwijzingen