koninklijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·nink·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen koninklijk koninklijker koninklijkst
verbogen koninklijke koninklijkere koninklijkste
partitief koninklijks koninklijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

koninklijk

  1. betrekking hebbend op een koning, koningin, aan of bij hem, haar behorend, van hem, haar uitgaand
    De koninklijke juwelen worden zorgvuldig bewaard.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie