geregeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·re·geld
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geregeld geregelder geregeldst
verbogen geregelde geregeldere geregeldste
partitief geregelds geregelders -

Bijvoeglijk naamwoord

geregeld

  1. waar al voor gezorgd is
    • De geregelde stoelen waren nog niet geleverd. 

Bijwoord

geregeld

  1. met regelmaat, regelmatig
    • Hij gaat geregeld naar Oost-Europa. 

Werkwoord

vervoeging van
regelen

geregeld

  1. voltooid deelwoord van regelen
    • De stoelen zijn al geregeld. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.