recycleren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
recycleren
recyclage


Woordafbreking
  • re·cy·cle·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
recycleren
recycleerde
gerecycleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

recycleren

  1. na verbruik weer omzetten in iets bruikbaars
    1. overgankelijk
      • Vroeger gooiden we het weg, maar nu recycleren we het meeste plastic. 
    2. onovergankelijk
      • Het is voor onze leefomgeving beter als we recycleren in plaats van verbranden. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie