recycleerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cy·cleer·de

Werkwoord

vervoeging van
recycleren

recycleerde

  1. enkelvoud verleden tijd van recycleren
    • Ik recycleerde. 
    • Jij recycleerde. 
    • Hij, zij, het recycleerde.