rechte
Uiterlijk
- rech·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rechte | rechten |
| verkleinwoord | rechtetje | rechtetjes |
- (wiskunde) een rechte lijn
- De zijden van een driehoek zijn drie rechten.
1. een rechte lijn
rechte
- datief onzijdig van recht, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
- buiten rechte
- in rechte (aanspreken)
- ten rechte
rechte
- verbogen vorm van de stellende trap van recht
- ▸ Verdomme, waarom kan hij niet gewoon in een rechte lijn de binnenplaats oversteken? Welke idioot heeft bedacht een plantsoen met een rotonde aan te leggen? Wachtman, zijn tas in zijn rechterhand, moet nutteloze extra meters afleggen naar de ingang van de Oudemanhuispoort.[1]
- ▸ Hier hebben we wortel geschoten, eerst aarzelend en voorzichtig, gaandeweg met rechte rug.[2]
| vervoeging van |
|---|
| rechten |
rechte
- aanvoegende wijs van rechten
- Het woord rechte staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rechte" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “De familie Wachtman” (2006), Ambo/Anthos, ISBN 9789026352508
- ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Wiskunde in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Datief in het Nederlands
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %