Naar inhoud springen

rechte

Uit WikiWoordenboek
  • rech·te
enkelvoud meervoud
naamwoord rechte rechten
verkleinwoord rechtetje rechtetjes

derechtev/m

  1. (wiskunde) een rechte lijn
    • De zijden van een driehoek zijn drie rechten. 

rechte

  1. datief onzijdig  van recht, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt

rechte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van recht
     Verdomme, waarom kan hij niet gewoon in een rechte lijn de binnenplaats oversteken? Welke idioot heeft bedacht een plantsoen met een rotonde aan te leggen? Wachtman, zijn tas in zijn rechterhand, moet nutteloze extra meters afleggen naar de ingang van de Oudemanhuispoort.[1]
     Hier hebben we wortel geschoten, eerst aarzelend en voorzichtig, gaandeweg met rechte rug.[2]
vervoeging van
rechten

rechte

  1. aanvoegende wijs van rechten
96 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]
  1. “De familie Wachtman” (2006), Ambo/Anthos, ISBN 9789026352508
  2. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be