recta

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rec·ta

Zelfstandig naamwoord

recta mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord rectum
Synoniemen


Spaans

Bijvoeglijk naamwoord

recta

  1. vrouwelijk enkelvoud van recto