precario

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·ca·rio
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord precario precario's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

precario o [2]

  1. (juridisch) een recht, dat zolang geldt als de eigenaar het duldt
  2. precariorechten
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
39 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·ca·rio
  enkelvoud meervoud
mannelijk precario precarios
vrouwelijk precaria precarias

Bijvoeglijk naamwoord

precario

  1. precair, hachelijk, kritiek
  2. wisselvallig

Verwijzingen