pooier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pooi·er
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pooier pooiers
verkleinwoord pooiertje pooiertjes

Zelfstandig naamwoord

pooier m

  1. een man die prostituees tegen betaling beschermt en helpt, een souteneur
    Een pooier die meerdere vrouwen voor hem had werken, zoals in Amerikaanse films, kwam in Nederland echter nauwelijks voor.[2]
  2. een patser
    Wat een pooier zeg, die man die de hele tijd loopt op te scheppen over z'n Ferrari.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. De rode draad