hoerenloper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoe·ren·lo·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoerenloper hoerenlopers
verkleinwoord hoerenlopertje hoerenlopertjes

Zelfstandig naamwoord

hoerenloper m

  1. (informeel) een man die een prostituee bezoekt
    • De politie wil iets doen aan de agressieve hoerenlopers. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen