maquereau
Uiterlijk
- [A] van Oudfrans makerel met een verder onduidelijke herkomst [1]
- [B] via het Oudfrans van Middelnederlands makelare "tussenpersoon, makelaar" (modern Nederlands makelaar) [2]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| maquereau | le maquereau | maquereaux | les maquereaux |
[A] maquereau m
[B] maquereau m
- ↑ maquereau (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
. - ↑ maquereau (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
. - ↑ Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 129