palet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·let
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verfplankje’ voor het eerst aangetroffen in 1658 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord palet paletten
verkleinwoord paletje paletjes

Zelfstandig naamwoord

palet o

  1. is een dunne houten plank, meestal goed in de lak waarop een kunstschilder de verf kan mengen. In het palet zit meestal een gat waar de kunstschilder zijn of haar duim doorheen kan steken
    • Hij gebruikt een breed palet aan kleuren in zijn schilderij : Hij gebruikt veel kleuren in zijn schilderij. 

Werkwoord

vervoeging van
paletten

palet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van paletten
  2. gebiedende wijs van paletten

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen