palette

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·let·te

Werkwoord

vervoeging van
paletten

palette

  1. enkelvoud verleden tijd van paletten
    • Ik palette. 
    • Jij palette. 
    • Hij, zij, het palette.