overheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lichaam waarbij het openbaar gezag berust’ voor het eerst aangetroffen in 1526 [1]
  • afgeleid van over (eigenlijk bijvoeglijk overig) met het achtervoegsel -heid [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord overheid overheden
verkleinwoord overheidje overheidjes

Zelfstandig naamwoord

overheid v

  1. (politiek) het geheel aan gezagvoerende lichamen
    • De Belgische overheid investeerde miljarden euro's in die bank. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen