ereburger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ere·bur·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ereburger ereburgers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ereburger m [1]

  1. een onderscheiding die verleend kan worden door een land, stad of gemeente vanwege bijzondere verdiensten
    • In El ciudadano ilustre laten regisseurs Gastón Duprat en Mariano Cohn een Argentijnse wensdroom in vervulling gaan: de Nobelprijs voor Literatuur gaat eindelijk, voor de eerste keer naar een auteur uit hun land. Schrijver Daniel Mantovani (Oscar Martínez) valt de eer te beurt, maar echt blij wordt de auteur er niet van: de erkenning betekent volgens hem dat niemand zich echt nog opwindt over zijn literatuur. Vijf jaar later heeft hij dan ook niets meer geschreven. Om zijn lethargie te breken aanvaardt de gevierde schrijver, die in Barcelona woont, een uitnodiging om een onderscheiding in ontvangst te nemen als ereburger van zijn geboorteplaats. Hij is veertig jaar niet meer in het gehucht geweest dat 700 kilometer buiten Buenos Aires ligt.[2] 
    • Met zijn favoriete Tsjechische bier stand-by in de foyer en de benoeming tot ereburger van de stad Den Haag op zak, begon het feestje voor de in Praag geboren Jirí Kylián. Hij behoort tot de toonaangevendste choreografen van de afgelopen veertig jaar en werd vorige week 70. In Den Haag, waar het Nederlands Dans Theater onder zijn leiding uitgroeide tot de wereldtop, is in 2017 een flink aantal van zijn balletten opnieuw te zien onder de noemer Celebrating Kylian![3] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC
  3. Volkskrant MIRJAM van der Linden 31 maart 2017