ontspande

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·span·de

Werkwoord

vervoeging van
ontspannen

ontspande

  1. enkelvoud verleden tijd van ontspannen
    • Ik ontspande. 
    • Jij ontspande. 
    • Hij, zij, het ontspande.